FC Poppesnor voor beginners in 10 stappen
Sara S’Jegers & Diny Van Beylen (1) (FC Poppesnor)

… feminism entails not only organizing for change but also changing oneself.
(Cressida J. Heyes 2003: 1094)

Dit is geen gewoon doe-het-zelf-stappenplan. Het bevat geen recepten met precieze maten en gewichten. Eerder presenteren wij hier enkele basisingrediënten van FC Poppesnor. Ingrediënten die we, afhankelijk van het gerecht, in meerdere of mindere mate toevoegen. Dit is dan ook de enige leidraad die we jullie willen meegeven in jullie feministische zoektocht: experimenteer, laat je niet desillusioneren, en voeg andere ingrediënten naar smaak toe. Zoals een Indonesisch gezegde zegt: de beste recepten worden geschreven met het puntje van je tong.

1. ‘Laten we samen blijven dromen van een betere wereld’ (2) : teken een snor op vervelende reclameboodschappen

Every tool is a weapon if you hold it right.
(Ani DiFranco 1994, ‘My I.Q.’)

Get off the internet!
I’ll meet you in the street
(Le Tigre 2000, ‘Get Off the Internet’)

Het verstikkende web van seksisme, racisme, heteroseksisme, kapitalisme en andere vormen van onderdrukking en repressie, geeft ons soms het gevoel dat het allemaal hopeloos is, dat de wereld al om zeep is, dat we er ‘toch niets meer aan kunnen doen’. Niets is minder waar! Onder het motto ‘wat we zelf én samen doen, doen we beter’, kunnen we een andere wereld verbeelden én actie ondernemen om onze dromen werkelijkheid te maken.

Als antwoord op de ‘politiek met grote p’ zeggen wij: “do it yourself!” We hebben geen ‘experten’ of ‘vakdeskundigen’ nodig, want – zeg nu zelf – wie anders dan wijzelf kan beter over onze eigen levens beslissen? Feministen hebben een rijke geschiedenis aan het (terug) in eigen handen nemen van zaken die hen aanbelangen; denken we aan ‘baas in eigen buik’ – zowel tegen gedwongen sterilisatie als voor het recht op abortus en anticonceptie, ‘take back the night’: vrouwen die de nacht opeisen (3), allerlei bewustwordingsgroepen tijdens de ‘tweede golf’, de riot grrrls die hun eigen optredens en festivals organiseren (4) en zelf muziek, t-shirten en zines uitgeven, de feministische kafees die in België en Nederland georganiseerd worden, enz. We kunnen de onkunde, machteloosheid en vermoeidheid die deze kapitalistische wereld zo efficiënt op ons weet te duwen, van ons afschuiven door zélf aan de slag te gaan.

En laten we dan, naast collectieve en meer structureel georganiseerde acties, activiteiten en groepen, ook vooral niet de alledaagse kleine – maar zo belangrijke – dingen vergeten. Je vriend(inn)en zeggen dat je hen mooi vindt. Onbekenden op de tram aanspreken op racistische opmerkingen. Snorren tekenen op vervelende reclame. Iedereen kan haar/zijn steentje bijdragen, hoe ‘klein’ ook.

FC Poppesnor bijvoorbeeld is ontstaan “vanuit een nood en verlangen aan een ontmoetingsplaats voor mensen die met feminisme bezig zijn. Een plaats waar inhoudelijk nagedacht kan worden over thema's die voor ons belangrijk zijn, en van waaruit nieuwe samenwerkingsverbanden kunnen ontstaan.” (5) Er is niemand die dit voor ons kon of zou georganiseerd hebben, laat staan dat we dat gewild zouden hebben! Zeker niet als we denken aan al het plezier, de ervaringen en de kennis die het organiseren van de cafés en andere activiteiten met zich meebrengt!

Bottom line is dat je als je iets wil, je zelf in actie moet schieten. In de woorden van Goethe: ‘Wat je ook kunt doen of droomt te kunnen, begin ermee. Stoutmoedigheid bergt genialiteit, kracht en magie in zich. Doe het nu.’

2. Gender = 8

What matters is that the way in which we think – and especially the way we ‘think the body’ – has too often become an off-the-rack, one-size-fits-all approach. One that favors that which is universal, known, stable, and similar. But my experience of my body and my place in the world was exactly the opposite: mobile, private, small, often unique, and usually unknown. These are places familiar to many people on knowledge’s margins where many of us wish to go. And these stories, standing just beyond the sexual binary, point a way.

(Riki Wilchins 2002: 38)

Feministen lijken hun ‘slechte reputatie’ niet zelden te ontlenen aan de manier waarop ze tegen de grenzen van gendernormen aanschoppen. Maar ondanks feministische acties wereldwijd, blijft de opdeling van alles in twee (man/vrouw, autochtoon/allochtoon, enz.) een zeer belangrijk regulerend principe in onze maatschappij. Toch gaat het met binaire gendernormen voor veel mensen vaak zoals met het water voor de vis: na verloop van tijd zie je ze gewoon niet meer. Maar ook de genderbril waar veel feministen het over hebben, die bril die gendernormen wél zichtbaar maakt, is dringend aan nieuwe glazen toe.

Projecten zoals Planet Gender (www.planetgender.com) en groepen zoals Gender Action Group (www.genderactiongroup.net) maken duidelijk dat gender méér is dan vrouw en/of man. Gender is voor iedereen een beleving die veel gevarieerder is dan het Mars/Venus-model ons toestaat te verbeelden. In de continue overlevings- en legitimeringsstrijd van feministische bewegingen boet dat inzicht echter steeds meer aan belang in: feministische organisaties lijken de buitenwereld er vooral van te willen overtuigen dat ze ‘gewone’ of ‘echte’ vrouwen zijn, geen ‘manwijven’. Maar wanneer een manwijf iemand is die het aandurft de enge maatschappelijke gendernormen die voor vrouwen én mannen gelden in vraag te stellen of te overtreden, dan worden wij graag manwijf genoemd. Hierin wordt net duidelijk hoe feminisme niets van haar subversieve karakter heeft ingeboet: het aantasten of vrij interpreteren van gendernormen wordt nog steeds als een bedreiging voor de maatschappelijke orde gezien.

Hevige reacties op banale ‘overtredingen’ van gendernormen (zoals een man die een rok draagt of een vrouw die een drilboor bedient, maar ook: twee mannen die samen een kind opvoeden) zeggen ons zeer veel over het werk dat nog moet gedaan worden vooraleer mensen elkaar als mensen gaan zien, in plaats van als homogene groepen mannen en vrouwen met elk aparte taken én posities. Ieder van ons kan uit persoonlijke ervaring vaststellen dat de Mars- en Venusideologieën die worden ingeroepen om de status-quo in de samenleving te handhaven niet deugen en dat ze zichzelf constant tegenspreken. Van oudsher wordt er gewezen op de ‘natuurlijke’ verschillen tussen mannen en vrouwen, de ‘natuurlijke’ aanleg die vrouwen zouden hebben voor sommige taken. Tegelijk disciplineren we onze lichamen en onze levens op allerlei manieren om in een vooropgesteld model te passen (dus toch niet zo natuurlijk?), een beetje zoals de stiefzussen van Assepoester die hun hielen afsneden om toch maar in het glazen schoentje te passen. Laten we onze eigen schoenen gaan maken! Laten we de modellen en zelfs de binaire genderbrillen achterwege laten. Zo ontdekken we op een dag misschien een geheel nieuwe wereld.

3. Vergeet kruispuntdenken, ga kruispuntwerken

Women’s Studies that do not acknowledge the intersections of their central category, gender, with other axes of differentiation, stay irrelevant to the majority of the world’s women.

(Gloria Wekker 1995: 82)

when i was four years old
they tried to test my i.q.
they showed me a picture
of 3 oranges and a pear
they asked me
which one is different
and does not belong
they taught me different is wrong

(Ani DiFranco 1994, ‘My I.Q.’)

De laatste tijd beginnen feministische benaderingen die het kruispuntdenken centraal stellen ook in Vlaanderen meer en meer terrein te winnen. Kruispuntdenken gaat er van uit dat de identiteiten van mensen gevormd worden op het kruispunt van verschillende assen van betekenisgeving. In de levens van mensen zijn er dus verschillende aspecten die tegelijk vorm geven aan identiteit: etniciteit, gender, religie, gezondheid, klasse, enz. Omdat die aspecten verschillend inwerken op mensen gaat het niet meer op om aan een aspect zoals ‘vrouw-zijn’ een uniforme invulling te geven. Voor een witte lesbische vrouw die katholiek is opgevoed en die hogere studies heeft gedaan, zal etniciteit, culturele en religieuze achtergrond, seksualiteit en klasse immers op een specifieke manier bepalen hoe zij zich vrouw voelt of hoe ze zich als vrouw kan bewegen in de maatschappij.

Kruispuntdenken lijkt binnen feministische bewegingen echter nog vooral als een zwakke vorm van diversiteitsdenken te worden gezien, waarbij diversiteit nog steeds een kenmerk is van die ‘andere’ (niet-witte, niet-hetero, jonge, lagere klasse) vrouwen. Op die manier verliest kruispuntdenken haar analytische en (zelf)kritische potentieel. Kruispuntdenken brengt immers zaken aan het licht die de vrouwenbeweging op haar grondvesten doet daveren. Als denkoefening is kruispuntdenken al behoorlijk confronterend: oude strijdpunten moeten anders worden geformuleerd, denkbeelden over wie wel of niet deel uitmaakt van ‘de vrouwenbeweging’ moeten worden bijgesteld, relaties van macht onder vrouwen worden zichtbaar… Kruispuntdenken vormt tegelijk een uitdaging en kan feministische praktijken een nieuw elan geven doordat het ons helpt manieren te zoeken om meer inclusief te zijn, om meer doordachte vormen van solidariteit te realiseren, om onze feministische analyses op verschillende situaties en contexten toe te passen.

Maar kruispuntdenken zou meer een doe-oefening moeten worden. Het actief bevragen van onze feministische praktijken terwijl ze zich voltrekken zien wij als een vorm van kruispuntwerken. Enkele voorbeelden van zo’n vragen zijn: wat zegt dit spreken, deze keuze, deze wijze van een probleem te stellen over mij en over hoe ik ‘de ander’ zie? Over welk probleem, welke thema’s, welke gebeurtenissen zwijg ik en waarom? Bewustzijn van machtsverschillen is bij het stellen van deze vragen noodzakelijk en roept bijkomende vragen op: wie heeft de macht om over bepaalde zaken te spreken of te zwijgen? Wie heeft de macht om niet te luisteren?

Kruispuntwerken gaat verder dan lippendienst bewijzen aan theorieën uit een boek. Om theorie toe te passen moeten we soms even loskomen van de schema’s in ons hoofd. Tijdens het werken en het elkaar ontmoeten op allerlei kruispunten zullen we dan ook fouten maken, domme dingen doen of zeggen, struikelen of vallen en weer opstaan. Maar bovenal zullen we elkaar en onszelf beter leren kennen.

Enkele tips om je op weg te zetten:
Teken een organogram van de feministische beweging in jouw streek/land/werelddeel en geef het bestaan van onderlinge relaties of contacten duidelijk aan met een lijntje. Contacteer de organisatie, het individu of de groep waar je tot nog toe geen contacten mee had. Informeer elkaar over je werking, je plannen, je ideeën en je visie. Spoor andere organisaties aan hetzelfde te doen. Doe zo verder tot je tekening uit een wirwar van lijntjes bestaat! Bekijk dit organogram ook kritisch: wie heeft de grootste macht? de hoogste subsidie? de meeste geloofwaardigheid?
Organiseer een uitwisseling volgens het ‘Nieuwe Mama’ principe (6): werk een maand mee in een andere organisatie. In het geval van een organisatie met een vzw-structuur krijg je dan bijvoorbeeld dit: “Wat gebeurt er als je organisaties gaat mengen? Of nog concreter: wat gebeurt er als je de voorzitsters van twee organisaties van plaats laat wisselen? Voorzitster A gaat voor een tiental dagen naar organisatie B en voorzitster B stapt voor dezelfde periode over naar organisatie A. Eén zaak staat vast, het wordt aanpassen geblazen voor iedereen ...” (7)
Probeer de kritiek die je op anderen geeft op jezelf toe te passen. Leer eenzelfde analyse toepassen op verschillende contexten (pas bijvoorbeeld een analyse van man-vrouw machtsverhoudingen op een bepaald terrein (zoals de arbeidsmarkt) toe op relaties onder vrouwen of tussen witte vrouwen en ‘zwarte’ mannen).

4. Leer een feministische mop vanbuiten…

… en citeer deze voortaan als repliek op de seksistische en racistische moppen of opmerkingen die je te horen krijgt. (8)

Feministen wordt vaak verweten een gebrek aan humor te hebben, maar humor komt uit feministische geschiedenissen net als een constante naar voren. Van de subtiele humor van Virginia Woolf in haar A Room of One’s Own tot Dolle Mina’s die mannen op straat in de billen knepen tot Inge de Waard (9) die het met haar feministische humor tot in de finale van Humo’s Comedy Cup (of all places) schopt. Humor is niet alleen een ‘coping strategy’: lachen is iets dat ons mentaal en fysiek kan ontspannen en ons weer tot onszelf kan brengen. Het brengt ook plezier in denk- en doewerk dat niet altijd zo leuk of bemoedigend is. Humor brengt de nodige (zelf)relativering, zonder dat we daarbij de zaken waarvoor we strijden loslaten: humor plaatst ze net in een beter of breder perspectief. Humor is dat kietelende dat we nodig hebben om creativiteit, energie en ideeën boven te brengen. Wanneer we humor (die meestal gekoppeld is aan genot) in onze politieke bewegingen binnenbrengen, zijn we zo veel moeilijker te verslaan.

FC Poppesnor heeft van in het begin het speelse en het vrolijke van een collectieve en energieke feministische beweging willen uitstralen. Volgende voorbeelden stralen volgens ons dan ook een sprankelende en humoristische creativiteit uit:
Het ‘rebelse clandestiene clownenleger’ dat ‘clownt’ tegen onderdrukking op allerhande acties en betogingen of 'radical cheerleaders' die wereldwijd betogingen opvrolijken met politiek-geïnspireerde slogans en 'cheers'.
The Yes Men – Twee activisten die op basis van een nep-website van de Wereldhandelsorganisatie als vertegenwoordigers van de WHO op belangrijke congressen uitgenodigd worden, waar ze wrede (maar fictieve) WHO-plannen onthullen, maar niettemin toegejuicht worden door nietsvermoedende aanwezigen.
Guerilla Girls – Vrouwelijke kunstenaars die, gehuld in een gorilla-kostuum, kritiek op het androcentrisme en het etnocentrisme van de kunstwereld spuien via humoristische posters.
Of wat dacht u van de volgende (bumper)stickers, badges en t-shirts: ‘If I can’t dance to it, I don’t want to be part of your revolution’, ‘A feminist was here’, ‘Well behaved women seldom make history’.
En kende u de – o zo cliché maar o zo grappige – avonturen van de ‘Homicidal Lesbian Terrorist’ Hothead Paisan al?

Dat zijn maar enkele van de mogelijke feministische strategieën die ons dagelijks leven in een seksistische maatschappij draaglijker kunnen maken. Ga op zoek naar de jouwe en deel ze met anderen!

5. Zeg niet te gauw, er is geen man

In the early stages of contemporary feminist movement, labelling men “the enemy” or “male chauvinist pigs” was perhaps an effective way for women to begin making the critical separation that would enable rebellion to begin – rebellion against patriarchy, rebellion against male domination. […] As feminist struggle has progressed, as our critical consciousness has deepened and matured, we can see the error in this stance. Now we can acknowledge that the reconstruction and transformation of male behaviour, of masculinity, is a necessary and essential part of feminist revolution.

(bell hooks 1989: 127)

Feminisme is ontstaan als een beweging van vrouwen om de positie van vrouwen te verbeteren. Ruimte opeisen als vrouwen was en is nog steeds noodzakelijk. Daardoor lijkt het soms alsof feminisme enkel en alleen een zaak is voor en door vrouwen. Feminisme biedt echter, zoals bell hooks het stelt, mogelijkheden tot bevrijdende transformaties, niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. Hoewel wij erop staan – zoals het ‘Manifest voor een internationaal netwerk voor radicale kritiek op mannelijkheden’ stelt – “mannen met betrekking tot gender in eerste instantie als geprivilegieerden te zien en dat het er allereerst om gaat deze privileges te bekritiseren en af te breken”, hebben we allemaal veel te winnen wanneer rigide genderrollen doorbroken worden, wanneer we mannelijkheid en vrouwelijkheid en man- en vrouw-zijn anders gaan inkleuren en waarderen, wanneer we een einde maken aan alle soorten onderdrukking.

We kunnen beginnen in dialoog te treden met mannen, we kunnen beginnen samen te werken met die mannen die zich engageren tegen seksisme en die de feministische strijd ondersteunen en hen erkennen als bondgenoten. Wanneer we feminisme enkel en alleen synoniem stellen aan vrouwenbevrijding, verliezen we het bevrijdende potentieel dat feminisme biedt voor iedereen.

Dit was precies de reden waarom FC Poppesnor dit jaar het nieuwe seizoen opende met een café rond dit thema. We nodigden Daniel Mang, één van de schrijvers van bovenvermeld manifest en een panel van (pro-)feministische mannen uit om te spreken over hun activisme, hun reflecties over en ervaringen met mannen en feminisme, gender en mannelijkheid. De aanwezigheid van tal van andere mannen in het talrijk opgekomen publiek was opvallend en bemoedigend.

Het idee dat mannen en feminisme per definitie aan elkaar tegengesteld zijn, leeft niet alleen in de populaire cultuur of in de media, maar ook in feministische kringen zo sterk dat we er vaak niet in slagen om strategieën te ontwikkelen om mannen bij ons werk te betrekken. Uiteraard zijn we ons bewust van het gevaar dat we te veel tijd en energie zouden gaan steken in het ‘overtuigen’ van mannen. Maar het van tijd tot tijd (en in sommige gevallen altijd) expliciet openstellen van feministische plekken en organisaties voor (pro-)feministische mannen die uit eigen beweging komen, zou volgens ons veel meer mogen gebeuren. In de praktijk zal het inderdaad niet eenvoudig zijn om feministische plekken en momenten te creëren waar zowel mannen als vrouwen zich ‘veilig’ en gerespecteerd voelen. Maar als we elkaar niet ontmoeten op plekken waar we onze gezamenlijke toekomst uitstippelen, zullen onze wegen nooit samenkomen.

6. Ik ga het zeggen Walter: kapitalisme is saai (10)

De honderd grootste multinationale bedrijven ter wereld beheersen nu ongeveer 20 procent van de buitenlandse activa ter wereld; van de honderd grootste economische eenheden ter wereld zijn er nu eenenvijftig bedrijven, slechts negenenveertig zijn staten.
Amerikanen geven jaarlijks $ 8 miljard uit aan make-up, maar de wereld kan de $ 9 miljard niet opbrengen die de Verenigde Naties nodig denken te hebben om iedereen te voorzien van schoon drinkwater en goede afvalverwerking.

(Noreena Hertz 2002: 17, 19)

Laat ons raden. ’s Morgens neemt u na het opstaan een verfrissende douche waarbij u uw lichaam wast met Dove (€2,59) en het haar wast met Timotei shampoo (€2,27). Daarna verstuift u wat Calvin Klein parfum (pakweg ‘One’) over uw lichaam en dekt u zich in tegen onfrisse geurtjes met Rexona deodorant (€2,69). Aan de ontbijttafel bestrijkt u een boterham met Becel margarine (€0,79) of wat Boursin kruidenkaas (€1,65). U drinkt een kopje Lipton thee (€1,06). Met een geutje Cif (€2,15) boent u na het ontbijt het door een vlek van Calvé-mayonaise (€1,49) besmeurde aanrecht schoon. U steekt nog gauw een was in met een bekertje Omo (€10,29) en wat Robijn wasverzachter (€3,69). ’s Avonds maakt u een overheerlijke maaltijd waar u ondermeer (voor de saus) Bertolli olijfolie (€3,89), Amora mosterd (€2,02) en wat Maïzena (€1,34) in gebruikt. Daarnaast serveert u een portie Iglo boontjes (€1,75) en (voor de kinderen) Captain Iglo fishsticks (€2,85). Als voorgerecht eet u een bord Knorr soep (€1,15). Bij de salade lust u wel wat Effi vinaigrettesaus (€1,59). U drinkt er een Lipton Ice Tea (€1) bij. Als nagerecht nuttigt u nog een lekker kommetje Carté d’Or ijs (€3,25). Voor u in de zetel neerploft voor een ontspannende tv-avond trekt u nog een blikje Zwan-worstjes (€1,09) open. De vaatwasser doet intussen voor u de afwas met een bekertje Sun afwaszeep (€8,79). (11)

Is deze beschrijving (niet) op u van toepassing? Wij schatten dat een groot deel van de lezers zich in ten minste één van bovenstaande zinnen kan vinden. Dat kan ook niet anders, want de producten van Unilever bevinden zich all over uw supermarkt. Naar eigen zeggen behoren 7 van de Unilever merken tot de 50 meest verkochte in België. Sterker nog: elke dag verkoopt Unilever naar verluidt 1,5 miljoen producten. Omgerekend betekent dat – volgens de Unilever website – dat in elke boodschappenmand aan de kassa gemiddeld 2 producten van Unilever liggen. De overige producten in je winkelkarretje komen waarschijnlijk uit het gamma van Nestlé of Kraft, andere bedrijven die samen met Unilever in de top 4 van de grootste voedselproducenten ter wereld staan. De ‘variatie’ aan producten die grote vierkante meters aan supermarkten beslaat, bestaat vaak niet alleen uit dezelfde producten in licht verschillende verpakkingen, maar is bovendien terug te brengen tot slechts een aantal producenten. De zogenaamde ‘keuze’ die ons als consumenten (en burgers) wordt aangeboden, is in feite een pseudo-keuze, uit een monotoon aanbod van steeds weer hetzelfde.

Diversiteit is – in de woorden van Naomi Klein (2002b: 144) – wereldwijd de mantra van het kapitaal geworden. In haar boek No Logo toont Klein (2002b: 157) echter aan wat de andersglobaliseringsbeweging intussen al jaren probeert duidelijk te maken: “de door de markt aangedreven mondialisering [is] niet uit op diversiteit: integendeel, het is precies andersom. De nationale gebruiken, de plaatselijke merken en de verschillende regionale voorkeuren zijn de vijanden van de mondialisering. Steeds minder belangen krijgen een steeds groter deel van het landschap onder controle.” Als feministen moeten we dan ook extra kritisch zijn voor deze verstikking van keuzemogelijkheid, variatie en creativiteit onder het mom van ‘diversiteit’. Diversiteit is niet zelden een manier om wat kleur te brengen in het bedrijf, de organisatie, of de reclamespot, maar dan zonder aan fundamenteel kapitalistische principes te raken. Die principes zijn onlosmakelijk verbonden met macht, met méér macht voor steeds minder mensen, wat uiteraard gepaard gaat met steeds minder keuze- en bewegingsvrijheid voor steeds meer mensen (vaak vrouwen).

Maar ondanks al het privatiseren, patenteren, controleren en surveilleren door wat Vandana Shiva het geglobaliseerde, kapitalistische patriarchaat noemt, (12) blijven er een heleboel zaken bestaan die zich nooit geheel laten bezitten: “Muziek, water, zaadjes, elektriciteit, ideeën – ze blijven losbarsten uit de begrenzingen die rondom hen worden opgetrokken. Ze hebben een natuurlijke weerstand tegen insluiting, een neiging tot ontsnapping, tot kruisbestuiving, een drang om weg te vloeien door hekken en te ontsnappen uit open ramen.” (Klein 2002a: 20) Feminisme is altijd zoiets vloeiends geweest, dat volgens ons nog steeds het potentieel heeft om via haar ideeën en haar acties met de kracht van een waterstroom ramen en deuren te openen, hekken plat te gooien en muren te eroderen.

Enkele tips om je op weg te zetten:
Neem in de supermarkt 10 willekeurige producten vast en kijk van welke producent ze zijn. Bekijk de producten die in je keuken of in je ijskast staan en kijk van welke producent ze zijn. Wie scoort het hoogst in jouw huishouden?
Indien je ‘bio’ koopt of in alternatieve winkels winkelt: houd je uitgaven bij en stel je de vraag of een gezin of alleenstaande met een leefloon zoveel geld aan voedsel kan uitgeven. Het leefloon (minimuminkomen) in België bedraagt: voor samenwonende personen: €396,88/maand; voor alleenstaande personen: €595,32/maand; voor personen met recht op een verhoogd bedrag: €694,54/maand; voor een ouder met kinderlast: €793,76/maand.

7. Schrijf een liefdesbrief aan je eigen lichaam

A feminist body in motion remains in motion unless acted upon by a brute force which modifies or domesticates it.
(La Eskalera Karakola 2004)

When I speak of the erotic, then, I speak of it as an assertion of the lifeforce of women; of that creative energy empowered, the knowledge and use of which we are now reclaiming in our language, our history, our dancing, our loving, our work, our lives.
(Audre Lorde 1984c: 55)

Als vrouwen worden we dagelijks via allerlei kanalen en op allerlei manieren geconfronteerd met het idee dat we onszelf en onze lichamen niet onvoorwaardelijk kunnen liefhebben. Ontelbare reclames, televisieprogramma’s, tijdschriften, films, enz. maken ons duidelijk dat er véél geld, energie, wilskracht en tijd voor nodig zullen zijn om onze lichamen om te vormen tot wat ze nog lang niet zijn: perfecte lichamen. Zoals Naomi Wolf terecht opmerkt in haar boek De zoete leugen of de mythe van de schoonheid beïnvloedt het schoonheidsideaal eerder ons gedrag dan ons uiterlijk. Aangezien ons lichaam de plek is van waaruit we denken, ademen, leven, lachen, huilen en plezier beleven, is het evident dat vrouwen die ongelukkig zijn met hun lichaam van binnenuit ingeperkt worden. Vrouwen die het gevoel krijgen dat ze opgesloten zitten in lelijke of foute lichamen zullen zichzelf beperkingen opleggen in wat ze zeggen, doen, denken, eten en in hoe ze bewegen, lachen, zitten, dansen (als ze er al niet helemaal van weerhouden worden om te bewegen, lachen en dansen).

Feminisme is een werkwoord. En om aan feminisme ‘te doen’ hebben we lichamen nodig. Het zijn onze lichamen die onvermoeibaar dagelijks vergaderen, betogen, achter de computer zitten, samen dansen na afloop van conferenties, posters gaan plakken en nieuwsbrieven versturen. Het is de materiële uitvalsbasis, de grondstof voor ons feministisch activisme. We hebben ons lijf dus nodig! Het kan een bron zijn van kracht, energie en enthousiasme, maar soms is het ook een bron van frustratie, teleurstelling, woede en vermoeidheid. Wanneer we de signalen die ons lichaam geeft onderdrukken, stribbelt het tegen en verlamt het. Vertrouw dus eerder op je eigen lichaam dan op de reclame uit ‘de boekjes’ of uit de folders bij de apotheek. Leer opnieuw naar je lichaam luisteren! We kunnen leren niet 7 op 7, 24 op 24 het uiterste van onszelf en ons lichaam te eisen. We kunnen ook leren begrijpen wat een ziek lichaam ons wil zeggen. En in weerwil van het bombardement aan beelden, boodschappen en opmerkingen die ons lichaam zeggen dat het lelijk, dik, misvormd, onaf, onconventioneel, vies, gehandicapt, ziek of oud is, kunnen we leren onszelf mooi te vinden. Schrijf dus een liefdesbrief aan je lichaam en bedank haar voor alle mogelijkheden die ze biedt en voor alle keren dat ze je op het matje riep… zodat we samen kunnen blijven bewegen!

8. Witheid: de blinde vlek een kleur geven

- Ik kan meestal alleen gaan winkelen, vrijwel zeker dat ik niet gevolgd of lastiggevallen zal worden.
- Ik kan de televisie aanzetten of de voorpagina van de krant openen en mensen van mijn etnische achtergrond uitgebreid vertegenwoordigd zien.
- Wanneer mij verteld wordt over onze nationale erfenis of "beschaving", is de boodschap dat mensen van mijn kleur het gemaakt hebben tot wat het is.
- Ik kan er vrij zeker van zijn dat mijn kinderen schoolmateriaal gegeven zal worden dat getuigt van het bestaan van hun etniciteit.
- Ik kan met mijn mond vol praten zonder dat mensen dit aan mijn kleur wijten.
- Ik kan vloeken, of mezelf kleden met tweedehandskleding, of brieven niet beantwoorden, zonder dat mensen dit toeschrijven aan de slechte zeden, de armoede of de ongeletterdheid van mijn etniciteit.

(Peggy McIntosh 1990)

Dit is een greep uit de lijst van alledaagse witte privileges uit een baanbrekend artikel van Peggy McIntosh. Zij beschrijft witte privileges als “een onzichtbare gewichtsloze knapzak met speciale voorzieningen, kaarten, paspoorten, codeboeken, visa, kleding, werktuigen, en blanco cheques.”

Wanneer het over etniciteit en antiracisme gaat, gaat het bijna altijd over ‘de Ander’. Zelden wordt de ‘blanke’ dominante positie geproblematiseerd of geanalyseerd, juist omdat het de norm is en als ‘gewoon’ of ‘neutraal’ gezien wordt. Door deze onzichtbaarheid wordt de dominante positie van witheid in stand gehouden. Zoals één van de ‘teasers’ van ‘gebroken wit’ zegt: “witheid is de luxe om onwetend te blijven over je eigen privileges”. (13)

Als feministen die antiracisme serieus nemen, volstaat het niet om te zeggen dat we ‘antiracist’ zijn, waarna de kous af is. Onszelf afvragen hoe we meer ‘gekleurde’ mensen bij onze groepen kunnen betrekken, is weinig efficiënt indien we het centrum van de macht, namelijk witheid, niet benoemen en bevragen. De valse idee dat witte feministische groepen alle antwoorden hebben en dat het nu een kwestie is van deze kennis over te dragen (of op te dringen) aan ‘gekleurde’ mensen is op zichzelf een teken van onze witte overheersing. Het is cruciaal dat we leren de ‘juiste’ vragen te stellen, en één van die vragen is, zoals Adrienne Rich (1985) schrijft: “Hoe kunnen we actief werken aan de opbouw van een wit, westers feminisme dat niet uitsluitend op zichzelf gericht is?” Een andere vraag die Chris Crass naar voor schuift in ‘Beyond the Whiteness’ is: “How can we be anti-racist activists dedicated to bringing down white supremacy?”

In deze tijd waarin rechtse en conservatieve ideologieën wijdverspreid zijn en waarin de publieke aanhangers van diezelfde ideologieën zich de taal van bevrijdingsstrijden op een perverse manier toe-eigenen, (14) is het noodzakelijk om nieuwe en effectieve strategieën te ontwikkelen om een witte dominantiepolitiek te bestrijden. We kunnen beginnen met witheid te benoemen en bespreekbaar te maken. Vaak wordt antiracisme pas een issue wanneer ‘gekleurde’ mensen aanwezig zijn (in de groep, op een vergadering, op café enz). [Net zoals in linkse of progressieve kringen antiseksisme vaak pas een issue wordt wanneer (feministische) vrouwen aanwezig zijn.] Pas dan wordt het op de agenda geplaatst. Wij denken juist dat het belangrijk is dat witte mensen starten zichzelf en hun witheid te bevragen en proberen antiracistische strategieën te bedenken om ons te verzetten tegen witte dominantie en racisme.

Enkele tips:
Vul bovenstaande lijst van witte privileges aan met eigen voorbeelden. Lees daarna de tekst van Peggy McIntosh. Bespreek deze met witte vriend(inn)en.
Wanneer was je je voor de eerste keer duidelijk bewust van je witte etniciteit en waarom?
‘gebroken wit’ trok met de camera de straat op om – op het eerste zicht – witte mensen te vragen wat hun etniciteit was. Doe hetzelfde – zonder camera – onder je vriend(inn)en, familie en kennissen. Stof tot gesprek voor een hele avond verzekerd!
Onder ‘performance’ op http://damaliayo.com vind je het interactieve kunstproject ‘The 12 White Steps’ van de kunstenares Damali Ayo. Zij ontwierp ’12 witte stappen’ die witten kunnen ondernemen tegen racisme.
Of doe zoals Adrian Piper, een kunstenares die als reactie op racistische opmerkingen een naamkaartje (waarop ze uitlegt dat ze deze opmerkingen niet op prijs stelt) ontwierp en vervolgens uitdeelde aan iedereen die zich in haar bijzijn van racistische opmerkingen bediende (Reckitt & Phelan 2001: 138).

9. Er is een planeet waar vrouwen en dieren willen wonen

‘Othering’ is typically founded upon perceived difference from the dominant group of able-bodied white heterosexual men. So, too, are non-humans and nature cast as ‘others’ – always different and always lesser. […] We need to develop a greater respect for all creatures – indeed, for inanimate nature, too.

(Lynda Birke 1994: 132)

In 1981 – het jaar waarin wij één jaar oud waren – schreef Joke Smit (1984: 353) een lied dat ondermeer de volgende regels bevatte:

Er is een land waar vrouwen willen wonen
Waar vrouw-zijn niet betekent: tweederangs en bang en klein

Zonder afbreuk te willen doen aan haar woorden, maar met het ecofeministische idee van het belang van een diepgaande analyse van het verband tussen economische processen, de toestand van de aarde en die van vrouwen en het idee van de continuïteit tussen mensen-dieren-aarde in gedachten, zouden wij daar vandaag het volgende aan willen toevoegen:

Er is een planeet waar vrouwen willen wonen
Waar vrouwen niet meer naar de top hoeven te klimmen
Omdat er – behalve bergtoppen – geen ‘toppen’ meer bestaan
Waar verschil niet als verdeeldheid wordt ervaren
Maar als een aanleiding om elkaar te versterken

Er is een planeet waar mensen willen wonen
Waar ‘land’ niet betekent: natie of staat
Waar geen mens illegaal is
Waar mens-zijn niet slechts betekent: man of vrouw zijn
Waar niet alleen rijke mensen ‘bio’ eten

Er is een planeet waar dieren willen wonen
Waar dier-zijn niet betekent: tweederangs en dom en vlees
Waar het plezier van een zomerse barbecue geen wrede genocides meer waard is
Waar ook feministen hebben begrepen
Dat de aarde ons bezit niet is

Er is een planeet waar mensen en dieren willen wonen
Waar ‘land’ niet gekocht of verkocht kan worden, maar van ons allen is
Waar noch mensen, noch dieren gebruiksvoorwerpen zijn
Waar noch mensen, noch de aarde uitgebuit of verkracht worden

Er is een planeet waar mensen en dieren reeds wonen
Waar de tijd wegtikt
Maar het nooit te laat is om te beseffen dat
“Wo/man did not weave the web of life; s/he is merely a strand in it
Whatever s/he does to the web, s/he does to her/himself”
(15)

10. Zullen we afspreken op de randen van elkaars strijd?

We have chosen each other
and the edge of each others battles
the war is the same
If we lose
someday women’s blood will congeal
upon a dead planet
If we win
there is no telling
We seek beyond history
for a new and more possible meeting

(Audre Lorde 1984a: 123)

We hebben elkaar nodig. Het ‘ikke en de rest kan stikken’-syndroom dat zo ontzettend hard gepromoot wordt in onze huidige wereld met zijn mythe van de gelijkheid zondert iedereen af op haar/zijn eigen eilandje. Maar zoals Audre Lorde (1984b: 112) het stelt: “In a world of possibility for us all, our personal visions help lay the groundwork for political action. […] In our world, divide and conquer must become define and empower.” We zijn met velen. We willen niet allemaal hetzelfde. We kunnen en moeten niet allemaal hetzelfde willen. Maar het is noodzakelijk dat we van elkaar leren. Een veelheid aan visies, strategieën, pijnpunten en verlangens uit vele hoeken kunnen we delen, vergelijken en bijschaven. Ontbrekende schakels benoemen. (16) Verbindingen maken. Een scenario construeren van onze meervoudigheid en verschillen. (17) En altijd de vraag stellen: van waaruit spreek en handel ik?

Van bij het prille begin heeft FC Poppesnor sterk de nadruk willen leggen op het bouwen van bruggen, het vormen van allianties. Eerder schreven we al: “In deze context [van toenemende verrechtsing, sociale uitsluiting enz.] vinden we het dan ook belangrijk om te kijken hoe ook vrouwen en mannen die zich niet feministisch noemen, omgaan met bepaalde vormen van onderdrukking en uitsluiting om daar samen te werken waar mogelijk.” (FC Poppesnor 2004) Dit betekent natuurlijk niet dat we het dan op alle vlakken met elkaar eens zijn: dat lijkt ons niet mogelijk en zelfs niet wenselijk. Elke groep en elk individu heeft haar eigen accenten en bekommernissen. Wat we wél proberen is die kwesties die we delen of waar we samen rond willen denken of werken, samen aan te kaarten, gezamenlijke strategieën te ontwikkelen, en tegelijkertijd te leren van elkaars specifieke werkwijze.

Het zal duidelijk zijn dat het vormen van allianties in de praktijk veel werk, inspanning en geduld vergt. Wanneer we ons engageren om samen te werken, wanneer verschillen samenkomen, worden verschillende machtsposities in vraag gesteld. Seksualiteit. Etniciteit. Gender. Lichaamsnormen. Leeftijd. Religie. Klasse. Samenwerken betekent noch het overstijgen of uitvlakken van deze verschillen, noch een onkritische ‘viering’ van verschil. Eén van de belangrijke ingrediënten om allianties te ‘voeden’ is volgens ons dan ook kruispuntdenken/werken. En verder betekent het vooral al doende leren.

Door verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen specifieke gesitueerdheid, drukken we ons verlangen en de mogelijkheid uit om samen te werken, om plaatsen van feministisch verzet te scheppen, voor – zoals Audre Lorde het noemt – het creëren van “een nieuwe en meer mogelijke ontmoeting.”

Epiloog

If not now… then when?
If not now… what then?
We all must live our lives
Always feeling
Always thinking
The moment has arrived

(Tracy Chapman 1990, ‘If Not Now…’)

Het persoonlijke is nog steeds politiek, maar het persoonlijke is nooit voor ons allen hetzelfde geweest. Het persoonlijke is daarenboven steeds in verandering: elke dag moeten we ons opnieuw afvragen wat de persoonlijke en de politieke condities van onze levens zijn die maken dat we nood blijven hebben aan feministische reflectie en praktijk. Alleen zo blijft feminisme relevant.

Noten

(1) Bij de organisatie van FC Poppesnor zijn tegenwoordig – via de FC Poppesnor denktank – meerdere mensen betrokken. In dit artikel geven Sara S’Jegers en Diny Van Beylen echter hun persoonlijke visies weer.

(2) Zoals de affiches van Ché-magazine het ‘zo mooi’ zeggen. Zie ook: www.zorra.be/Ads/2004/Gal_publik_Ch%C3%A90704.htm

(3) Bijvoorbeeld de heksennacht die de Feministische Anarchistische Madammen uit Gent organiseerden met als slogan: ‘de nacht is van ons!’ http://home.tiscali.be/famweb/fam.html

(4) Ladyfest bijvoorbeeld: een festival met workshops, kunst, performances en muziek met de bedoeling het werk van vrouwen in de kijker te zetten en dit op een niet-commerciële manier. www.ladyfesteurope.org

(5) FC Poppesnor (2004). Uiteenzetting op persconferentie van 12 oktober 2004.

(6) ‘De Nieuwe Mama’ is een docureeks op VTM waarin twee Vlaamse gezinnen met kinderen gedurende tien dagen van mama wisselen. Zie: www.vtm.be/tv/index_programma_de_nieuwe_mama.htm

(7) In deze toelichting bij het programma ‘De Nieuwe Mama’, afkomstig van de website van VTM, vervingen wij de woorden ‘gezin’ door ‘organisatie’ en ‘mama’ door ‘voorzitster’. Geef toe: stof voor een nieuwe televisieserie!

(8) Oefen alvast even op www.che.be/amusement/mop/index.php.

(9) Cabaretière en lid van de lesbisch-feministische sambaband Famba en van het Vrouwen Overleg Komitee.

(10) “Capitalism is boring, it’s really really really boring”, geschreven en gebracht door ‘The Rona and Sigrid Show’ die ook deel uitmaakt van het Queerilla cabaret.

(11) De hier vermelde prijzen zijn de prijs voor een pak, een doos, een fles of een tube in GB van bovenvermelde Unilever producten.

(12) Opgepikt tijdens een bezoek van Vandana Shiva aan Amazone, Brussel. Diversité des Féminismes. “Féminismes Indiens” 14/11/2005, georganiseerd door Université des Femmes.

(13) ‘gebroken wit’ is een project van NextGENDERation Brussel met de bedoeling witheid zichtbaar te maken en in vraag te stellen. Zie: www.nextgenderation.net/groups/brussels/projects/antiracism.html. NextGENDERation Brussel is de Brusselse afdeling van een Europees netwerk van studenten, onderzoeksters en activisten geinteresseerd in feministische theorie en politiek, en hoe die kruist met anti-racistische, postkoloniale, migranten-, lesbienne-, queer- en anti-kapitalistische strijd.

(14) ‘Niet in onze naam!’ is een statement tegen dit cynische misbruik van de termen 'vrouwenemancipatie' en 'de gelijkheid tussen mannen en vrouwen' voor agenda's die bol staan van racisme, etnocentrisme, assimilatie en islamfobie.

(15) Geciteerd in: Shiva 1988: 19. De uitspraak wordt vaak toegeschreven aan het ‘Indiaanse’ opperhoofd Chief Seattle, maar werd volgens andere bronnen geschreven door de filmmaker Ted Perry (zie: www.snopes.com/quotes/seattle.htm)

(16) ‘Missing Links’ was de naam van de workshop die NextGENDERation op het Europees Sociaal Forum in 2002 in Firenze organiseerde.

(17) ‘Construct a scenario from our own plurality and from our differences’: uit de oproep tot een betoging van het feministisch sociaal centrum / kraakpand La Eskalera Karakola in Madrid. Klik voor een verslag van FC Poppesnor en NextGENDERation Brussel van deze betoging.

Bibliografie

Birke, Lynda (1994). Feminism, Animals and Science. The Naming of the Shrew. Buckingham/Philadelphia: Open University Press.

Chapman, Tracy (1990). Tracy Chapman. Elektra / Wea.

Crass, Chris. Beyond the Whiteness – Global Capitalism and White Supremacy: thoughts on movement building and anti-racist organizing. www.colours.mahost.org/articles/crass4.html

DiFranco, Ani (1994). Puddle Dive. Righteous Babe Records.

FC Poppesnor (2004). ‘Feminisme anno 2004: actueel en subversief’ in: Kenteringen, (10), december.

Hertz, Noreena (2002). De stille overname. De globalisering en het einde van de democratie. Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen.

Heyes, Cressida J. (2003). ‘Feminist Solidarity after Queer Theory: The Case of Transgender’ in: Signs: Journal of Women in Culture and Society 28:4.

hooks, bell (1989). ‘feminist focus on men: a comment’ in: Talking Back. Thinking feminist, thinking black. Boston: South End Press.

Klein, Naomi (2002a). Dagboek van een activiste. Van Seattle tot 11 september en daarna. Rotterdam: Lemniscaat.

Klein, Naomi (2002b). No Logo. Rotterdam: Lemniscaat.

La Eskalera Karakola (2004). Invitation letter. www.sindominio.net/karakola/english/11D-letter.htm

Le Tigre (2000). From the Desk of Mr. Lady. Mr. Lady Records.

Lorde, Audre (1984a). ‘Age, Race, Class, and Sex’ in: Sister Outsider. Essays and Speeches by Audre Lorde. Berkeley: The Crossing Press.

Lorde, Audre (1984b). ‘The Master’s Tools Will Never Dismantle the Master’s House’ in: Sister Outsider. Essays and Speeches by Audre Lorde. Berkeley: The Crossing Press.

Lorde, Audre (1984c). ‘Uses of the Erotic’ in: Sister Outsider. Essays and Speeches by Audre Lorde. Berkeley: The Crossing Press.

McIntosh, Peggy (1990). ‘White Privilege: Unpacking the Invisible Knapsack,’ in: Independent School, Winter, zie: http://seamonkey.ed.asu.edu/~mcisaac/emc598ge/Unpacking.html

Reckitt, Helena & Peggy Phelan (2001). Art and Feminism. London/New York: Phaidon.

Rich, Adrienne (1985). ‘Een politiek van plaats / aantekeningen’ in: Bloed, Brood en Poëzie. Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara.

Shiva, Vandana (1988). Staying Alive. Women, Ecology and Development. London/New Delhi: Zed Books/Kali for Women.

Smit, Joke (1984). Er is een land waar vrouwen willen wonen. Teksten 1967–1981. Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara.

Wekker, Gloria (1995), 'After the Last Sky, Where Do the Birds Fly?' What can European Women Learn from Anti-Racist Struggles in the United States?' in: Helma Lutz, Ann Phoenix, Nira Yuval-Davis (red.) Crossfires. Nationalism, Racism and Gender in Europe. Pluto Press, London.

Wilchins, Riki (2002). ‘A Certain Kind of Freedom: Power and the Truth of Bodies – Four Essays on Gender’ in: Nestle, Joan, Clare Howell & Riki Wilchins (red.) GenderQueer. Voices from Beyond the Sexual Binary. Los Angeles: Alyson Publications.

terug naar overzicht

Het feministisch café wordt mogelijk gemaakt dankzij de steun van Dienst Emancipatiezaken Antwerpen en Mama Cash!
home contact & mailinglijst français & English