dit is de voorlopige tekst,
waarin de wijzigingen van de vergadering in december nog moeten opgenomen worden!!!

Het Autonoom Feministisch OnderzoeksKollektief (AFOK)
Manifest@

Het Autonoom Feministische OnderzoeksKollektief kwam tot stand als een ruimte voor feministische theorie en kennisontwikkeling, nadat een aantal vrouwen geconfronteerd werd met een scherp tekort aan mogelijkheden om aan feministische theorievorming te doen. Binnen onze vorming in het academisch onderwijs merkten we op dat kennis met betrekking tot vrouwenlevens en vrouwelijke subjectiviteit, het werk van feministische auteurs en theoreticae, en een feministische visie op de wereld systematisch buiten de bestaande disciplines werden geweerd. Pogingen om in dit negatieve academische kader toch onderzoek te doen dat betrekking heeft op of relevant is voor vrouwen, vielen doorgaans in slechte aarde. Het bleek vaak onmogelijk om goede begeleiding te krijgen, laat staan dat om een deskundig oordeel over het geleverde werk kon worden gevraagd. Wanneer sommigen onder ons er wel in slaagden om feministisch geÔnspireerd werk te leveren, bleken ze meestal afhankelijk van de goodwill en bereidheid van ťťn enkele professor. Tot op de dag van vandaag blijft feministische kennisproductie systematisch gemarginaliseerd in het bestaande academische systeem.

In dergelijke omstandigheden is het niet verrassend dat we allen, op verschillende manieren, geÔnteresseerd waren in en/of betrokken raakten bij de ontwikkeling van vrouwenstudies, die verdieping in feministische theorie wťl mogelijk maakt. In Vlaanderen heeft vrouwenstudies zich in het laatste decennium sterk ontwikkeld, met name aan de universiteiten, maar wel in fragiele condities, met weinig financiŽle middelen, en in grote mate steunend op vrijwilligerswerk. Op verschillende manieren waren en zijn de vrouwen die het AFOK uitmaken betrokken bij deze ontwikkeling van vrouwenstudies: als studentes en medewerksters van het Graduaat Aanvullende Studie Vrouwenstudies aan de UIA, bij het Centrum voor Genderstudies aan de RUG, het Centrum voor Vrouwenstudies aan de VUB, de VAP-werkgroep Vrouw en Universiteit aan de KUL, het nationale vrouwenstudiesnetwerk Sophia, of het documentatiecentrum RoSa. De strijd en de inspanningen om vrouwenstudies een erkende plaats te geven zijn vermoeiend en veeleisend. We hebben tevens ervaren hoe dit werk soms moet gebeuren ten koste van inhoudelijke verdieping en de ontwikkeling van feministische theorie. Bovendien roept de sterk institutioneel-gerichte strategie van de ontwikkeling van vrouwenstudies in Vlaanderen soms moeilijke vragen en contradicties op (met betrekking tot de werking van academische machtsrelaties).

In deze context wil het AFOK een motiverende ruimte scheppen voor feministische theorievorming en verdieping. Het is daarbij een bewuste keuze om die ruimte buiten de institutionele context te houden. Het is duidelijk dat de ruimtes om aan feministische theorie te doen niet evident en onstabiel zijn. Niet voor diegenen die binnen hun wetenschappelijke disciplines werken en zich daar vaak eenzaam voelen en weinig gesprekspartners vinden, maar ook niet voor diegenen die verder meewerken aan de institutionele verankering van vrouwenstudies en zich vaak gevangen voelen in academische machtsspelletjes die haaks staan op feministische visies. En ook niet voor diegenen die buiten dergelijke institutionele contexten bezig willen zijn met theorievorming, maar daar door gebrek aan tijd en/of geld nauwelijks aan toekomen. Het AFOK is een poging om een ruimte te scheppen waar de interesse voor feministische theorievorming gedeeld kan worden en de verdere ontwikkeling ervan gestimuleerd wordt.

Het AFOK staat voor:

Autonoom betekent dat we het belangrijk vinden dat de ontwikkeling van feministische kennis buiten de universiteiten of andere instituties voortgezet wordt. We geloven in de noodzaak van vrijplaatsen voor het denken. Autonoom betekent ook dat we de werking van machtsrelaties en hiŽrarchieŽn onder een kritische loep willen nemen, en hierbij is het ons niet alleen om sekse te doen, maar ook om de andere machtsstructuren die onze levens zo fundamenteel vormgeven, zoals klasse, etniciteit, seksuele voorkeur, etc. Het betekent ook dat we een praktijk voorstaan die basisdemocratisch is. Het AFOK als ruimte is uiteraard zelf ook gestruktureerd door machtsrelaties. Vrouwen in het AFOK bevinden zich in verschillende materiŽle condities en hebben verschillende hoeveelheden tijd, geld en energie ter beschikking voor theorie. Sommige vrouwen kunnen bijvoorbeeld in hun betaalde baan feministische theorie lezen, anderen moeten het na de werkuren doen, en nog anderen als student of baanloze. Bovendien vraagt het lezen van een wetenschappelijke of theoretische tekst minder tijd en moeite voor wie het dagelijks doet, hetgeen niet voor iedereen in het AFOK het geval is.

Kollektief betekent dat we in de waarde geloven van kollektief leren: discussie, het uitbouwen van een forum, zich met elkaars standpunten engageren, teksten aan elkaar voorleggen, enzomeer. We geloven dat dit betere kennis oplevert - en nauwer aansluit bij de realiteit van kennisverwerving - dan de traditionele vorm van kennisvergaring: kennis die aan een individueel brein ontspringt (zogenaamd zonder lichaam, zonder ervaringen, zonder anderen). Kollektief betekent ook dat we een netwerk zijn dat elkaar tracht te ondersteunen bij kleine en minder kleine vragen. En kollektief betekent ook veel plezier.

Onderzoek gaat, toegegeven, vooral over die klinker aan het begin van het woord [wat bedoel je hiermee, sarah?]. Het gaat ons om kennis, theorie, wetenschap. Vrouwen zijn door de geschiedenis heen miskend als subjecten van de "officiŽle" kennis. Deze geschiedenis van de verhouding van vrouwen tot kennis blijft ook vandaag doorwerken. Tijdens de eerste contacten met potentieel geÔnteresseerde vrouwen vielen ons trouwens de twijfels van vele vrouwen op met betrekking tot het feit of ze wel genoeg wisten om iets aan het AFOK te kunnen bijdragen. Uiteraard is sekse niet de enige as waarlangs uitsluiting binnen de wetenschapsgeschiedenis plaatsvond en -vindt, ook klasse en etniciteit struktureren deze uitsluiting. Het AFOK is bijvoorbeeld nog steeds een groep van witte vrouwen, wat tevens veel zegt over hoe het met de demokratisering van het onderwijs is gesteld.
De interesse voor feministische theorie en wetenschap is een interesse voor alternatieve kennistradities die zich altijd al ontwikkeld hebben - kennis in de marge, kennis in verzet. In de recente geschiedenis heeft de vrouwenbeweging zich tot een belangrijke bron van kennis over vrouwen, sekse-ongelijkheid en machtsstrukturen ontwikkeld. Vanuit een kritisch perspektief plaatsen we kennis en kennisproductie in een materieel en politiek kader.

Feminisme is doorgaans niet zo gemakkelijk eenduidig te omschrijven, en velen van ons hebben ook zo onze redenen om de term niet eenduidig te willen omschrijven. Maar de vorige paragrafen geven al een beeld van wat wij onder feminisme begrijpen. Feminisme gaat voor ons over de werking van machtsrelaties (sekse, maar ook etniciteit, klasse, seksuele voorkeur) en de manier waarop deze met elkaar in verband staan. En in het kader van kennis- en theorieontwikkeling legt feminisme de link tussen kennis en de gesitueerdheid van het kennissubject, onderzoekt feminisme de wijzen waarop kennis zich verhoudt tot het lichaam en de ervaringen van zij die kennis voortbrengt.