Hardings typologie
Feministisch empiricisme richt haar kritiek op de bias of vertekening binnen de bestaande wetenschappelijke theorieën en kaders - een vertekening die **androcentrisch** genoemd wordt. Wanneer binnen dezelfde kaders, met dezelfde meetinstrumenten, vrouwen ook in rekening genomen worden, komt een objectiever beeld te voorschijn. Op deze manier staat een idee van 'corrigerende objectiviteit' voorop: feministisch empiricisme stelt de heersende notie van objectiviteit niet in vraag, maar wil wel de systematische vertekening van deze objectiviteit blootleggen. Dit gebeurt door de systematische uitsluiting van vrouwen (op verschillende niveaus) uit de productie van wetenschap duidelijk te maken, en vervolgens te corrigeren. Verschillende auteurs wezen op het feit dat een dergelijk aanpak die objectiviteit in principe niet in vraag stelt snel uitkomt bij een meer fundamentelere bevraging van de heersende wetenschappelijke kaders. Gezien de diepe wortels en omvang van de uitsluiting van vrouwen in de wetenschap is feministisch empiricisme tot op zekere hoogte inherent aan een groot veel van het feministische wetenschappelijke werk.

Feministisch standpuntdenken stelt de band tussen kennis en onderdrukking centraal: in een machtsrelatie levert het standpunt van de onderdrukte andere, en betere, kennis over de wereld op. Het standpuntdenken verandert bijgevolg fundamenteel het heersende wetenschappelijk idee van objectiviteit, door de introductie van onderdrukking, macht, verschil en tegengestelde belangen als cruciale factoren in de productie van kennis en wetenschap. Standpuntdenken is een kritische traditie die in verschillende contexten gebruikt wordt (bijvoorbeeld Marxistische theorie, postkoloniale theorie). Binnen een feministisch perspectief is dit kritische uitgangspunt gebruikt om de ervaring van vrouwen en vrouwenlevens als uitgangspunt te nemen voor de productie van kennis. Concreet werd dit uitgangspunt op verschillende manieren getheoretiseerd, en vond het ook verschillende benamingen: vrouwenstandpunt (**Dorothy Smith**), feministisch standpunt (**Nancy Hartsock**, Sandra Harding), zwarte vrouwen standpunt (**Patricia Hill Collins**). Verschillende auteurs hebben de nadruk gelegd op het feit dat **ervaringen** op zich nog geen standpunt maken. Evaringen mogen dan wel een cruciaal uitgangspunt zijn, maar een standpunt komt pas tot stand in de interpretatie van die ervaringen in een collectieve context.

Binnen het feministisch postmodernisme sneuvelt de heersende notie van objectiviteit, en wordt de vraag of er nog waarheidsclaims gemaakt kunnen worden au sérieux genomen. Dit opent een reeks vragen over de verhouding tussen realiteit en discursiviteit. xxx
Bovendien ligt het mogelijke subject van kennis onder vuur ('de dood van het subject', of 'ik' als een grammaticale fictie): het coherente eenheidssubject wordt als een westerse en mannelijke constructie beschouwd. Terwijl het male-stream postmoderne denken niet zelden strandt in relativisme, hebben feministische discussies de postmoderne kritiek steeds in relatie beschouwd tot de noodzaak aan politieke en emancipatorische projecten. Die eigen invalshoek bleek in verschillende opzichten vruchtbaar: de feministische postmoderne debatten niet verzand in een oeverloos relativisme, maar bleven integendeel op één of andere wijze politiek gegrond. De kwestie van 'de dood van het subject' werd bijvoorbeeld vanuit feministische perspectieven beschouwd als de ondermijning van hegemonische subjectposities en dus tezelfdertijd de opening van mogelijkheden voor nieuwe en andere subjectiviteiten. Uiteindelijk leverden de feministische debatten rond het postmodernisme vooral complexe noties van gesitueerdheid op.