Over de tweede feministische golf

Het ijveren van vrouwenbewegingen en individuele feministes vóór 1950 had ervoor gezorgd dat enkele mannenrechten aan vrouwen werden toegekend. Ook in de periode 1950-1970 werd de wetgeving veranderd ten gunste van vrouwen. (In 1958, bijvoorbeeld, werd de juridische onbevoegdheid van gehuwde vrouwen afgeschaft.) Maar op tal van vlakken bleef de discriminatie van vrouwen bestaan, zoals op loongebied. Nochtans ondertekende België zowel in 1952 als in 1957 internationale conventies/verdragen waarin het principe van gelijk loon voor gelijk(waardig) werk was opgenomen. Maar op vlak de Belgische wetgeving bleef dit principe dode letter. In 1966 legden de werkneemsters van de wapenfabriek FN-Herstal daarom gedurende drie maanden het werk neer. Ze verkregen uiteindelijk hun gelijk loon, maar slaagden er vooralsnog niet in de wetgeving te doen veranderen. Pas in 1975 kwam er een CAO over gelijk loon voor gelijk werk, na een soortgelijke klacht bij de arbeidsrechtbank van de Sabena-airhostess Gabrielle Defrenne.

In Vlaanderen ontstonden in de nasleep daarvan enkele nieuwe organisaties. Dolle Mina ontstond in 1970 en werd sterk beïnvloed door de beweging in Nederland. De linkse Dolle Mina's waren vooral gericht op (ludieke en/of sensationele) actie (billenknijpen, verstoring van miss-verkiezingen...) ten behoeve van, onder andere, kinderopvang en abortus.

De PAG's (Pluralistische Actiegroepen voor Gelijke Rechten van Man en Vrouw) werden iets eerder gesticht. (De eerste PAG-kern ontstond in januari 1970 te Brugge.) Ze waren eerder pragmatisch en minder politiek of politiek gediversifieerder (en vooral minder mediageniek) dan Dolle Mina. Hun actiepunten waren nochtans dezelfde: gelijk loon voor gelijk werk, gelijke werkloosheidsuitkering, gelijke promotiekansen, gemengd onderwijs, meer en betere crèches, modernisering van het huwelijksgoederenrecht, uitbreiding van part-time arbeidsmogelijkheden...

In het voorjaar van 1972 ontstond het Vrouwenoverlegkomitee (VOK) uit een zoektocht van enkele vrouwen naar mogelijkheden voor feministisch overleg in Vlaanderen. Nadat enkele leden van het VOK in mei van dat jaar naar Parijs trokken voor de 'Journées de dénonciation des crimes contre les femmes' van MLF (Mouvement de la Libération de la Femme) werden plannen gesmeed voor een eigen vrouwendag. Deze vond plaats op 11 november 1972 met Simone de Beauvoir als een van de spreeksters. Het werd een groot succes en het initiatief werd daarna jaarlijks hernomen.

Vanaf 1974 worden ook binnen de bestaande politieke partijen vrouwengroepen opgericht: 'Vrouw en Maatschappij' binnen de CVP (eind 1973), 'Federatie van Vlaamse Vrouwen' binnen de Volksunie (1974), 'Vereniging van PVV-Vrouwen' binnen de PVV (1978), 'Socialistische Vrouwen' binnen de BSP (1978/1980).

1975 werd door de U.N.O. uitgeroepen tot Jaar van de Vrouw, dat meteen het decennium van de vrouw inluidde en in het kader waarvan de eerste Wereldvrouwenconferentie (Mexico, 19 juni-2 juli 1975) werd georganiseerd. Het jaar stond in het teken van de gelijkberechtiging van vrouwen en mannen, de integratie van vrouwen in de ontwikkelingsprocessen en de vrouwelijke bijdrage in de totstandkoming van de wereldvrede. België nam deel aan het vrouwenjaar en -conferentie.

Op de conferentie werden de verschillen tussen vrouwen zeer duidelijk. Samen met het besef, dat in de tweede helft van de jaren '70 groeide, dat niet enkel wettelijke veranderingen nodig waren, maar dat ook een bewustzijnsverandering was vereist om de maatschappelijke positie van vrouwen te verbeteren, leidde dit tot nieuwe aandachtspunten, zoals het belang van (seksuele) zelfbeschikking, en tot vaststelling dat 'het persoonlijke politiek is' (m.a.w. verkrachting, abortus, (homo)seksualiteit... verdienen de aandacht van wetgevers en politici en kunnen niet zomaar afgedaan worden als 'vrouwenproblemen'). De nieuwe aandacht voor verschillen tussen vrouwen leidde ook tot de oprichting van werkgroepen van lesbische vrouwen, die zich zowel in de homo- als in de feministische beweging (waarin heteroseksualiteit als de norm gold) onderdrukt voelden.

In de jaren '70 werden enkele voorzichtige stappen voorwaarts gezet in de emancipatie van vrouwen. In de jaren '80 werd het feministische streven verder gezet, maar werd de vrouwenbeweging geïntegreerd in overkoepelende organisaties, waardoor de zichtbaarheid ervan enigszins verloren ging.

Selectieve literatuurlijst
De Metsenaere, Machteld, Michel Huysseune & Micheline Scheys (1993). "Gewapend met het gewicht van het verleden: enige resulaten van vrouwengeschiedenis in België." In: Georges Duby & Michelle Perrot (red.). Geschiedenis van de vrouw. De twintigste eeuw. Amsterdam: Agon, 523-556.
Hooghe, Marc (1995). "De vrouwenbeweging, de lange mars door de instellingen." In: Staf Hellemans & Marc Hooghe (red.). Van 'mei 68' tot 'Hand in Hand'. Nieuwe sociale bewegingen in België 1965-1995. Leuven: Garant, 89-109.
Keymolen, Denise & Marie-Thérèse Coenen (1991). Stap voor stap. Geschiedenis van de vrouwenemancipatie in België. Brussel: Kabinet van de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Emancipatie.
Leplae, Joyca (juni 2000). Factsheet : Enkele mijlpalen in de geschiedenis van de vrouw in België. Brussel : RoSa.
Leplae, Joyca (september 2000). Factsheet: De tweede feministische golf in Vlaanderen. Brussel: RoSa.
Mulier, Rita (1999). Dwars en loyaal: een getuigenis over veertig jaar engagement. Leuven: Van Halewyck.
Van Mechelen, Renée (1979). Uit eigen beweging. Balans van de vrouwenbeweging in Vlaanderen 1970-1978. Leuven: Kritak.
Van Mechelen, Renée (1996). De meerderheid. Een minderheid. De vrouwenbeweging in Vlaanderen. Feiten, herinneringen en bedenkingen omtrent de tweede golf. Leuven: Van Halewyck.
VOK (1997). 25 vrouwendagen in beelden en woorden. Brussel: VOK.