nog niet besproken!!!

Theorie versus praktijk

Verschillende kritische perspektieven op de tegenstelling tussen "theorie" aan de ene kant en "praktijk" aan de andere kant wisten de aandacht te trekken op het feit dat theorie(vorming) een praktijk of aktiviteit is, die plaatsvindt in specifieke materiele kondities. Critici die vanuit dergelijke materialistische invalshoeken werken, hebben het dan ook over "de produktie van theorie," om aldus duidelijk te maken dat theorie tot standkomt in een web van (materiele) kondities. Vragen die hierbij relevant zijn: wat zijn de kondities waarin theorie geproduceerd wordt, hoe zit het met de toegang tot die kondities, in welke omstandigheden worden praktijken als theorie erkend, etc. Daarnaast hebben sommige theoretici zich toegespitst op het materiele karakter van taal en discours, waarmee ze duidelijk willen maken dat (theoretische) vertogen een materiele impakt hebben op onze sociale wereld.

Bij feministische kritieken op de theorie-praktijk tegenstelling wordt die kritische materialistische invalshoek een aantal stappen verder genomen, door het belichaamde karakter van aktiviteiten, en dus ook van de produktie van theorie, te benadrukken. Op deze manier hebben ze een "seksuele arbeidsverdeling" tussen "denken" en ""doen" zichtbaar gemaakt: de lichamen die (impliciet) geassocieerd worden met "denken" enerzijds, en "doen" anderzijds, hebben een sekse. Vele feministische auteurs toonden aan hoe "vrouwelijke denker," en variaties hierop zoals "vrouwelijke wetenschapper" en "vrouwelijke theoreticus", al te vaak als contradicties geconstrueerd werden en nog steeds worden. Dergelijke contradicties brachten de feministische natuurkundige Evelyn Fox-Keller ertoe om te onderzoeken in hoeverre normen en standaarden van de wetenschap (zoals we die vandaag kennen) onlosmakelijk verbonden zijn met noties van mannelijkheid, en wat het voor het hele wetenschapsbedrijf zou betekenen als dit niet meer het geval was. En nog steeds hebben feministische theoreticae het over de "mannelijkheid van 'high theory'" als een van de redenen waarom vele vrouwen en feministen zich liever ver van 'hoog'theoretische aktviteiten houden.

In de seksuele arbeidsverdeling tussen "denken" en "doen" die diep in de symbolische en materiele organisatie van onze wereld ingeschreven staat, worden kennis, rede, logica, analyse aan de kant van "het mannelijke" geschaard, in contrast tot "de vrouwelijke" domeinen van ervaring, gevoel, intutitie. Tegen de achtergrond van die arbeidsverdeling gebeurt het maar al te vaak dat de woorden en verhalen van concrete vrouwen "te wanordelijk" zijn om als theorie te gelden - de wanorde van het overschrijden van de bestaande grenzen en disciplines, de grenzen tussen enerzijds wat als theorie doorgaat, en anderzijds wat als te "persoonlijk", te politiek, te beschrijvend of te emotioneel beschouwd wordt.

In de strijd tegen de systematische onderdrukkingen waarmee ze te maken krijgen, hebben vrouwen vaak getracht om de machtsposities van rede en logica te doorprikken, en ervaring, gevoel en intuitie te herwaarderen. Maar dit is doorgaans niet genoeg. Binnen feministische theorieen en praktijken ontwikkelde zich een uitgebreide kritiek op de funktie van binaire tegenstellingen - zoals aktief/passief, geest/lichaam, rede/emotie - omdat ze niet enkel reeks van fundamentele machtsongelijkheden weerspiegelen, maar ze tevens bevestigen.

De klassieke patriarchale arbeidsverdeling, en de bijbehorende hardnekkige overtuigingen over zogenaamde mannelijke en vrouwelijke capaciteiten, en over wat de objekten en wie de subjekten van kennis zijn, tekent de dominantie kennissystemen in het algemeen, en de akademische wereld (waar kennis een officiele erkenning krijgt) in het bijzonder. Bovendien hebben de grenzen tussen de erkende disciplines er doorgaans voor gezorgd om kritische vragen over die arbeidsverdeling buiten het erkende domein van wetenschap te houden. De praktijk van feministische theorie zelf is onlosmakelijk verbonden met het in vraagstellen van de gevestigde grenzen van het domein van de theorie (gebruikelijk opgesplitst in de erkende disciplines). Het is tegen die achtergrond dat Vrouwenstudies, gekenmerkt door een sterke kritische impuls en een verlangen naar andere - transformatieve, kollektieve, bevrijdende - vormen van kennis, haar cruciale interventie binnen de akademische wereld maakt.

Parallel aan de analyse van een seksuele arbeidsverdeling tussen "denken" en "doen", hebben feministen ook sterke kritiek geleverd op manier waarom de (erkende) produktie van kennis door de machtsmechanismen van en "ras" bepaald is. Het kritische werk over deze "raciale" arbeidsverdeling is voornamelijk van de hand van zwarte, "derde wereld", migranten- en postcoloniale auteurs. Zwarte feministen hebben de aandacht getrokken op het feit dat, terwijl witte mannelijke auteurs beroep kunnen doen op een soort "natuur"recht om te theoretiseren over alles en iedereen, auteurs en theoreticae/i uit structureel onderdrukte groepen een strijd moeten voeren om hun kennis als "theorie" te laten doorgaan. De kennis van "etnische anderen" wordt doorgaans enkel gelegitimiseerd in de context van heel specifieke thematische en territoriale grenzen, zoals bijvoorbeeld hun "eigen" kultuur of natie. Op deze manier wordt de kennis van deze "anderen" systematisch gereduceerd tot de kategorie van "beschrijving" of van "voorbeeld" en hun status wordt teruggebracht to die van "lokale informant." Deze "raciale" of etnische arbeidsverdeling binnen de produktie van kennis, tekent evenzeer het veld van feministische theorie en vrouwenstudies.

Wanneer bell hooks (1994) deze situatie becommentarieert, richt ze ook de aandacht op de gevaren voor zwarte vrouwen om in het "theorie versus praktijk" spanningsveld, resoluut de kant van de praktijk te kiezen:
"By dismissing theory and priviledging organisation work, some women of colour are able to see themselves s more politically enaged where is really counts. Yet by buying into this dichotomy between theory and practics, we place ourselves always on the side of the experiential, and in so doing support the notion (too often fostered by white women) that their role is to do the 'brain'work, developing ideas, theories, etc. while our role is to do either the 'dirty' work or contribute the experience to validate and document their analysis.' (hooks, 1984:114)

Hooks formuleerde haar kritiek in de context van de gebruikelijke arbeidsverdeling tussen "denken" en "doen"waarmee zwarte vrouwen zich geconfronteerd weten in vrouwenbewegingen waarin een (implitiet) witte norm geld, maar haar commentaar is relevant voor alle vrouwen die - omwille van hun sekse, of etniciteit, of klasse, of leeftijd, of... - in een dominante kultuur, maar evenzeer in tegenbewegingen, gekonfronteerd worden met een systematische onderwaardering van hun kennis.