Herstory

Het concept 'herstory' werd in de jaren '70 tegenover de algemeen aanvaarde term (en academische discipline) 'history' geplaatst. Men kwam tot de vaststelling dat 'history', de geschiedenis van de wereld, van de maatschappij, immers voornamelijk de geschiedenis van mannen was. Om een plaats te kunnen veroveren in de maatschappij moe(s)ten vrouwen in de eerste plaats op zoek gaan naar hun eigen geschiedenis, naar hun eigen historische identiteit... naar de 'herstory'.

Wat is de 'herstory' van Vlaanderen en welke relatie/verhouding hebben wij (als AFOK) met onze geschiedenis en onze toekomst?

De eerste feministische golf is te situeren vanaf het midden van de negentiende eeuw tot de eerste helft van de twintigste eeuw. Het was vooral een strijd om gelijkheid, vertrekkende van de opvatting dat de rechten van mannen (kiesrecht, uitoefenen van beroep, openen van bankrekeningen, enz.) ook moesten toegekend worden aan vrouwen. Na het toekennen aan vrouwen van algemeen stemrecht (in BelgiŽ in 1948) vielen de feministische activiteiten enigszins stil.
Eind jaren '60-begin jaren '70 vond de tweede feministische golf plaats. Na verwerving van (sommige) 'mannenrechten' tijdens de eerste feministische golf, stonden onder het motto - het persoonlijke is politiek- eisen als werktijdverkorting, herverdeling van arbeid en legalisering van abortus ("baas in eigen buik") op de agenda en werd de positie van de gehuwde vrouw in vraag gesteld.

De positionering van AFOK:

In de jaren '90 begon het debat over het feminisme van de dag van vandaag gevoerd te worden in verschillende landen en op verschillende plaatsen. Dat debat speelde zich voornamelijk in de Verenigde Staten af, maar druppelde ook in Vlaanderen binnen - hoewel heel selectief. Naar aanleiding van de vrouwendag te Gent in 1995 die georganiseerd werd door een aantal jonge vrouwen, bijvoorbeeld, werd ook in Vlaanderen gewag gemaakt van een nieuwe opstoot van feminisme onder jonge vrouwen. Het debat daarover werd in mindere mate in de media gevoerd, maar vormde vooral binnen de vrouwenbeweging zelf stof voor discussie. De invoering van de voortgezette opleiding Vrouwenstudies aan de UIA in 1994 en het ontstaan van nieuwe vrouwengroepen allerhande, doet echter vermoeden dat er wel degelijk iets aan de hand was/is. Maar of er kan gesproken worden over een heuse derde feministische golf valt te betwijfelen.

Ook het AFOK is een kind van deze tijd, waarin hernieuwde discussies over feminisme zich afspelen - vooral buiten onze landsgrenzen. Dit heeft als gevolg dat we deze discussies wel lezen in de - hoofdzakelijk Angelsaksische - literatuur, maar ze eigenlijk niet zelf beleven of ze slechts vanop een afstand meemaken.
Bij zijn ontstaan in 1998 bestond het AFOK uit jonge feministes tussen 22 en 30 jaar. Niettegenstaande het leeftijdsverschil met onze 'feministische moeders' van de tweede golf, situeren we ons ten opzichte van hen niet zozeer op grond van leeftijdsgebonden factoren maar eerder op basis van de thema's, aandachtpunten en vraagstellingen die we als belangrijk naar voren schuiven en van de aard van onze werking.
Dankzij de verwezenlijkingen van de feministen van de jaren '60 en '70 zijn wij opgegroeid in samenleving waarin we, als vrouwen, meer mogelijkheden hadden/hebben. Wij zijn de eersten die de vruchten plukken van hun strijd, waardoor we binnen de vrouwenbeweging tot een nieuwe, jonge generatie behoren. Hierdoor krijgen we te maken met nieuwe feministische vragen en kwesties en kunnen we verder werken rond nieuwe theoretische ontwikkelingen.
Dit neemt niet weg dat een aantal van de vragen en kwesties van de tweede feministische golf blijven bestaan, maar we willen de vrijheid krijgen en nemen om daar op onze eigen manier en in onze eigen context aan te werken.
In tegenstelling tot de eerste en tweede feministische golf is deze derde feministische generatie nauwelijks een brede maatschappelijke beweging die op straat komt om de eisen kracht bij te zetten. Op verschillende locaties en vertrekkende vanuit diverse aanknopingspunten wordt aan feminisme gedaan. De academie, waar **theorie** voorop staat, is ťťn van deze belangrijke plaatsen. De recente institutionalisering van vrouwenstudies, met het inrichten van (verplichte) cursussen genderstudies en het oprichten van centra voor vrouwen-/genderstudies aan de verschillende Vlaamse universiteiten, is hier wellicht niet vreemd aan. Maar net zoals dat het geval is voor andere feministische werkingsgronden, vormt de academie een soort van eiland van waarop de communicatie met de anderen, met 'buitenstaanders' eerder moeilijk is. Er wordt weliswaar gepoogd om linken gelegd met **activisme** en radicale politiek, maar het is niet altijd duidelijk hoe en met wie precies dat moet gebeuren. Het AFOK en zijn leden zijn te situeren in deze academische context. Bijgevolg staat theorie in onze werking centraal.

We willen ons ook situeren ten opzichte van het postfeminisme, girlpower en diverse soorten van backlash, zoals sociobiologie. We hebben voornamelijk kritiek op de idee dat gelijkheid bereikt is, terwijl de structurele machtsongelijkheden weliswaar anders zijn, maar daarom niet minder aanwezig in de maatschappij. Jonge meisjes en vrouwen leven vaak in de veronderstelling dat vrouwen gelijke kansen en rechten verworven hebben en dat het gezeur over onderdrukking, waarmee ze feminisme associŽren, voorbijgestreefd is. Hun filosofie is dat het er nu voor elk individu, ongeacht sekse, op aankomt om het zelf waar te maken. Ook wij willen graag geloven dat vrouwen niet meer gediscrimineerd worden, maar nauwkeurige wetenschappelijke studies tonen helaas het tegendeel aan. Vele meisjes en vrouwen leiden, bijvoorbeeld wat betreft studie- en beroepskeuze, nog steeds een zeer stereotiep leven. Wanneer de aanhangers van girlpower beweren dat vrouwen daar zelf voor kiezen, zijn ze echter blind voor en onkritisch tegenover de invloeden en structuren die ons keuzegedrag beÔnvloeden.
Het toekomstbeeld van 'grrrls' is bovendien zeer conservatief: meisjes hebben het recht om hun wilde en onverantwoorde puberteitsjaren op te eisen (m.a.w. om de seksuele vrijheid ten volle te beleven) aangezien ze daarna toch in het harnas van huwelijk, moederschap, huishouden verstrikt raken en het leven dan voorbij is. Over vrouwenkwesties nadenken, is niet nodig; solidaire acties zijn niet aan hen besteed.

AFOK herkent zich niet in een dergelijke opvatting van vrouw-zijn, van vrouwelijkheid, van girlpower, noch in het postfeminisme en backlash-discours dat hiermee verband houdt. We zien het als onze 'taak' om dergelijke beperkende theorieŽn te ontkrachten, om gendermechanismen, onderliggende maatschappelijke hiŽrarchieŽn en ongelijkheden zichtbaar te maken en om te zoeken aan een positieve invulling van feminisme, vrouwen en vrouwelijkheid.