Sandra Harding
Hardings The Science Question in Feminism (1986) wordt beschouwd als één van de eerste pogingen om een gestructureerde beschrijving te geven van methodologische en epistemologische kwesties die in feministische wetenschapsstudies op dat moment aan de orde waren. Vrouwenstudies was een nieuw vakgebied, dat dankzij de tweede feministische golf langzaam maar zeker aan haar intrede in de academische wereld begon (in eerste instantie in de Angelsaksische wereld). Hardings werk wilde het specifieke karakter van de nieuwe feministische kennisbijdragen in kaart te brengen.

In haar typologie onderscheidt de wetenschapsfilosofe Harding drie epistemologische strekkingen of strategieën: feministisch empiricisme, feministisch standpuntdenken en feministisch postmodernisme. Door de strekkingen op deze wijze te onderscheiden en te benoemen, richt Harding enerzijds de aandacht op gangbare epistemologische strekkingen (empiricisme, standpuntdenken en postmodernisme), en belicht ze anderzijds de specifiek feministische invullingen en interventies. Hardings schema is vaak in een evolutief kader geplaatst, waarbij dus gesuggereerd wordt dat het om drie historische fases zou gaan. Maar Harding beklemtoont het om drie strategieën gaat, die elk op verschillende momenten en in verschillende ingezet kunnen worden. Voor een verdere kritiek op een evolutionaire interpretatie van dit schema, zie bijvoorbeeld Who's afraid of standpoint feminism

Belangrijke referenties in Hardings werk:
(1986) The Science Question in Feminism. Ithaca: Cornell University Press.
(1991) Whose Science? Whose Knowledge? Thinking from Women's Lives. Milton Keynes: Open University Press.
(1998) Is Science Multicultural? Postcolonialisms, Feminism, and Epistemologies. Bloomington and Indianapolis: Indiana University Press.