Over de eerste feministische golf

In eerste instantie ging de aandacht van negentiende-eeuwse feministes vooral uit naar meisjesonderwijs en vorming van vrouwen. Hierin speelden Zoé de Gamond en haar dochter Isabelle Gatti de Gamond een belangrijke rol. Ook de toegang van vrouwen tot beroepen als advocatuur en geneeskunde vormden een belangrijk strijdpunt. Pas in 1880 werden de eerste meisjes toegelaten tot de universiteit (m.n. die van Brussel), maar ze ondervonden na het beëindigen van hun studies grote moeilijkheden om hun beroep regelmatig te kunnen uitoefenen. Om (onder andere) hieraan te verhelpen werd in 1892 de "Belgische Liga voor de Rechten van de Vrouw" opgericht door Marie en Louise Popelin, Isala Van Diest, Henri en Leonie Lafontaine en Louis Franck. In 1905 volgde de oprichting van de "Conseil national des femmes belges" door Marie Popelin als Belgische tak van de "Conseil International des Femmes". Deze en andere verenigingen ijverden voor de (juridische) gelijkberechtiging van vrouwen. Men pleitte voor de modernisering van de burgerlijke wetgeving (die terugging op weinig vrouwvriendelijke Code Napoléon). Ook de KAV, KVLV, SVV... werden in deze periode opgericht. Tot de Eerste Wereldoorlog kenden vrouwenbewegingen van allerhande signatuur een grote bloei.

Vanaf de jaren 1890 werd het stemrecht voor vrouwen ter sprake gebracht, maar deze strijd verliep in België opvallend minder strijdlustig dan in, bijvoorbeeld, Engeland. In het Parlement verliep de strijd volgens duidelijke partijlijnen. De socialisten, bijvoorbeeld, vonden vrouwenstemrecht geen prioriteit omdat men eerst alle krachten wilden aanwenden voor het verkrijgen van algemeen mannelijk stemrecht. Katholieken daarentegen waren vóór vrouwenstemrecht omdat ze dachten dat een vrouwelijk electoraat hun tanende invloed ten goede zou komen.
Na de Eerste Wereldoorlog werd aan stemrecht voor het Parlement toegekend aan moeders en weduwen van oorlogsslachtoffers (1919). In 1920 volgde het vrouwenstemrecht voor gemeenteraden en konden vrouwen zich verkiesbaar stellen voor het Parlement. In 1948, na de Tweede Wereldoorlog, werd aan vrouwen het algemeen stemrecht toegekend. Dit was meteen het culminatiepunt van eerste feministische golf, waarna de activiteit gedurende ettelijke decennia stil viel.

Selectieve literatuurlijst:
Boël, P. & C. Duchêne (1955). Le Féminisme en Belgique, 1892-1914. Brussel : Conseil national des femmes belges.
Courtois, L. e.a. (red.) (1992). Femmes et pouvoirs. Flux et reflux de l'émancipation féminine depuis un siècle. Louvain-la-Neuve: UCL, Collège Erasme.
De Metsenaere, Machteld, Michel Huysseune & Micheline Scheys (1993). "Gewapend met het gewicht van het verleden: enige resulaten van vrouwengeschiedenis in België." In: Georges Duby & Michelle Perrot (red.). Geschiedenis van de vrouw. De twintigste eeuw. Amsterdam: Agon, 523-556.
Deweerdt, Denise (1980). En de vrouwen? Vrouw, vrouwenbeweging en feminisme in België 1830-1960. Gent: Masereelfonds.
Gubin, Eliane, Valérie Piette & Catherine Jacques (1997). "Les féminismes belges et français de 1830 à 1914. Une approche comparée." In: Le mouvement Social nr. 178: 36-68.
Keymolen, Denise (1987). Vrouwen in beweging. Een historische schets van het emancipatieproces in de periode 1860-1914 in België. DIGO. Didaktiek in het geschiedenisonderwijs, X: 4, 227-235.
Keymolen, Denise & Marie-Thérèse Coenen (1991). Stap voor stap. Geschiedenis van de vrouwenemancipatie in België. Brussel: Kabinet van de Staatssecretaris voor Maatschappelijke Emancipatie.
Leplae, Joyca (juni 2000). Factsheet : Enkele mijlpalen in de geschiedenis van de vrouw in België. Brussel : RoSa.
Peemans-Poullet, Hedwige (1991). Femmes en Belgique (XIXe-XXe siècles). Brussel: Université des femmes.